Backstage View

Inleiding

In het Backstage View (vanaf Microsoft Office 2010) zijn onderdelen van de applicatie opgenomen die niet altijd direct of niet vaak gebruikt worden. Het Backstage View in een Office Programs Access applicatie opent u op dezelfde manier zoals in elke Microsoft Office toepassing, via Bestand.

In uw maatwerk applicatie is de inhoud van het Backstage View volledig aangepast; tegelijkertijd is de vormgeving hetzelfde als Access in de originele staat. Omdat we van mooi en deugdelijk werk houden...

In het Backstage View zijn deze tabs (hier links) gerangschikt. De onderdelen worden in de volgende rubrieken behandeld.

app-linksboven
backstage-tabs

Help

Elke Office Programs Access applicatie is voorzien van een zorgvuldig en goed gestructureerde documentatie. Alle documentatie (van maatwerk én van standaardvoorzieningen) is overal makkelijk via één dialoogvenster te benaderen dat met F1 te openen is, of via het vraagteken icoontje links boven. Voor meer, zie artikel Help.


Onderhoud

Hier zijn alle essentiële tools voor het onderhoud van de database ondergebracht.

BackEnd koppelen

Hiermee opent u het dialoogvenster BackEnd koppelen waarmee de koppelingen van de tabellen van het FrontEnd naar de tabellen in het BackEnd opnieuw worden ingesteld. In het geval u een update ontvangt controleert de applicatie automatisch de koppelingen wordt dit dialoogvenster automatisch geopend. Voor meer, zie het artikel BackEnd koppelen.

BackEnd kopiëren

Hiermee kopieert u het BackEnd. Voor meer, zie artikel BackEnd kopiëren

BackEnd comprimeren

Hiermee verkleint u de omvang van het BackEnd. Voor meer, zie artikel BackEnd comprimeren.

Applicatie stuurgegevens

Hiermee gaat u naar een locatie waar u de gehele applicatie van stuurgegevens kunt voorzien zoals afdelingen, functies, waar u functies aan werknemers kunt koppelen. Deze zijn standaard inbegrepen, de overige zijn applicatie afhankelijk.

De groep Berichten en teksten beheren behoort eveneens tot de stuurgegevens en is volledig gericht om de tekstuele inhoudelijkheid van diverse onderdelen te voorzien.

Voor meer, zie artikel Stuurgegevens.


Archiveren

Of achter de knop functies zijn aangebracht en welke, is sterk applicatie afhankelijk. Deze opdracht is standaard aangebracht zodat, wanneer het nodig is, functies kunnen worden geïmplementeerd indien nodig.

System Manager

Bepaal zelf via de tab System Manager welke werknemers u toegang tot bepaalde objecten en/of functies geeft, of ze mogen toevoegen, bewerken of verwijderen. Voor meer, zie artikel Inlogsysteem.

Wachtwoorden

Wachtwoorden en gebruikersniveau's. Hier kunt u het algemene wachtwoord (het SystemManager wachtwoord) beheren.

Optioneel: In het formulier Wachtwoorden kunt u tevens gebruikersniveau's beheren door werknemers aan groepen toe te kennen.

Inlog groepen

Optioneel: Hier kunt u inlog groepen aanmaken waar u werknemers aan kunt koppelen.

Inlog definities

Optioneel: Hier definieert u welke objecten u aan welke groepen wilt koppelen en trekt u een scheidslijn door uw applicatie. Hierdoor bepaalt u met grote flexibiliteit welke mensen welke locaties mogen bekijken, records mogen toevoegen, bewerken en/of verwijderen.

Opties

Via de tab Opties krijgt u toegang tot meerdere Opties dialoogvensters. Stel hier standaardwaarden in en geeft aan hoe de applicatie voor u moet werken zodat veel taken kunnen worden geautomatiseerd. Algemeen en Werknemers zijn standaard, de overige zijn applicatie afhankelijk. Voor een volledige beschrijving, druk in de applicatie op F1