Record dupliceren

Inleiding

In sommige gevallen is de opdracht Record dupliceren beschikbaar in de groep Records. De opdracht kan ook met F6 worden aangeroepen.

Het gaat hier om een enkele record uit één tabel. Data die in deze tabel verwijst naar gerelateerde data in gerelateerde tabellen wordt mee gekopieerd, maar niet de data uit andere tabellen.

Hoe?

  1. Zorg dat de te kopiëren record de focus heeft. Het is dus niet nodig om de record te selecteren.
  2. Druk op F6 of kies Record dupliceren in de groep Records.

Wat gebeurt er?

Het unieke ID

  • Wanneer het unieke ID van de record een AutoNummering veld is, wordt het ID op genummerd. Zoals u weet kunt u deze waarde niet aanpassen.
  • Wanneer het unieke ID van de record geen AutoNummering veld is, maar wel numeriek gegevenstype is, wordt het ID op genummerd. Afhankelijk van de locatie, kunt u de waarde wijzigen.
  • Wanneer het gegevenstype van het unieke ID een tekenreeks is (alfanumeriek), wordt met een speciale techniek een uniek nummer toegekend. In de meeste gevallen zal u deze waarde willen aanpassen.

Een extra uniek veld

In sommige gevallen speelt een extra uniek veld een rol. Dit noemen we het CheckField. Zo mag bijvoorbeeld maar één keer een Productnaam in Producten voor komen, en één keer een Sorteernaam in Klanten. Deze velden worden door de functie uniek gemaakt doordat er een numerieke suffix wordt toegekend (achteraan wordt op genummerd). In sommige gevallen kunt u de waarde van het CheckField zo laten, in andere gevallen past u het aan.

Ingevoerd

Velden met de naam Ingevoerd krijgen als waarde de datum en tijd van het moment dat de record is ingevoerd. Bij het kopiëren van een record wordt de waarde van dit veld niet mee gekopieerd, maar opnieuw ingesteld.